| BRP-omschrijving | WWL-code | WWL-omschrijving |
|---|---|---|
| Gras (landbouw)1 | 1 | Gras (maaien) |
| Gras (natuurlijk)2 | 5 | Gras (beweiding) |
| Snijmais en korrelmais3 | 6 | Snijmais |
| Wintertarwe (gerst, rogge, triticale, spelt)4 | 7 | Wintertarwe |
| Zomergerst (tarwe, haver en overig)5 | 8 | Zomergerst |
| Consumptieaardappelen6 | 9 | Consumptieaardappel |
| Zetmeelaardappelen7 | 10 | Zetmeelaardappel |
| Pootaardappelen8 | 11 | Pootaardappel |
| Suikerbieten (voederbieten en rode bieten)9 | 12 | Suikerbiet |
| Zaaiuien (poot-, zilver en sieruien)10 | 13 | Zaaiui |
| Prei11 | 14 | Prei |
| Sla (ijsbergsla, andijvie, raapstelen, spinazie)12 | 15 | Sla |
| Bloemkool (zomerse koolvarianten)13 | 16 | Bloemkool |
| Spruitkool (winterse koolvarianten)14 | 17 | Spruitkool |
| Winterpeen (bos-, was-, pastinaak, knolselderij)15 | 18 | Winterpeen |
| Sperziebonen (tuin-, bruine-, erwten, peulen)16 | 19 | Sperzieboon |
| Tulp (hyacint, krokus, narcis, amaryllis)17 | 20 | Tulp |
| Lelie (dahlia, gladiool, iris, zantedeschia, overig)18 | 21 | Lelie |
| Appelbomen (vrucht-, peren, pruimen, kersen)19 | 22 | Appelboom |
| Laanbomen (kerst-, walg-, haag-, sierconiferen)20 | 23 | Laanboom |
| 1 265, 266, 333, 334, 370, 372, 383, 516, 1921, 3501, 3506, 3512, 3513, 3516, 3519, 3522, 3523, 3805 en 3807 2 331, 332 en 336 3 259, 316, 317, 814, 1935 en 2032 4 233, 235, 237, 314 en 382 5 234, 236, 238, 381, 666, 670, 2652 en 3736 6 2014 7 2017 en 2025 8 2015 en 2016 9 256, 257, 2741 en 2742 10 262, 263, 1010 t/m 1012, 1931 t/m 1933 11 2749, 2750, 2799 t/m 2802 12 2708, 2709, 2753, 2754, 2767 t/m 2774 13 2719 t/m 2722, 2737 t/m 2740, 2745, 2746, 2759 t/m 2762, 2775, 2776, 2789, 2790, 2795 t/m 2798 14 2715, 2716, 2777 en 2778 15 1023, 1024, 1036, 2717, 2718, 2725, 2726, 2783 t/m 2786 16 241, 242, 244, 308, 311, 853, 854, 2723, 2727, 2747, 2748, 2751, 2752, 2779 t/m 2782 17 970, 971, 976, 977, 982, 983, 985, 986, 994, 995, 999, 1001, 1003, 1004, 1007, 1016, 1017 en 3502 18 964, 965, 967, 968, 973, 974, 979, 980, 988, 989, 991, 992, 997, 998, 1000,1002, 1005, 1006 en 2763 19 1077 t/m 1079, 1095 t/m 1098, 1870, 1872, 2328, 2628 en 2645 20 794 t/m 796, 1067, 1068, 1070 t/m 1072, 1074 t/m 1076, 2626 en 2627 |
Bijlage C — Vertaling naar gidsgewassen
Waterwijzer Landbouw is opgezet om op landelijke of regionale schaal inzicht te bieden in gewasopbrengsten op basis van bodemhydrologische condities. Omdat op detailniveau de gewassen nogal kunnen variëren is het niet mogelijk geweest om voor alle mogelijke gewassen simulaties uit te voeren. Waterwijzer Landbouw richt zich daarom op de meest voorkomende gewassen per gewasgroep, de zogenaamde gidsgewassen.
Omdat er landelijk op verschillende manieren met gewasschematisaties wordt omgegaan, volgt hieronder een vertaling van BRP, LGN en NHI naar de gidsgewassen van Waterwijzer Landbouw. Dit betreft een conceptvertaling; de vertaling kan waar nodig door de gebruiker zelf worden aangepast.
C.1 Basisregistratie Gewaspercelen
Basisregistratie Gewaspercelen (BRP) bestaat uit de locatie van landbouwpercelen met daaraan gekoppeld het geteelde gewas. De gebruiker van het perceel dient jaarlijks zijn gewaspercelen in te tekenen en aan te geven welk gewas wordt geteeld op het betreffende perceel. Van elk jaar wordt een dataset gegenereerd van peildatum 15 mei. De BRP hanteert gewascodes. Jaarlijks verdwijnen er gewascodes en komen er nieuwe bij. Vanaf 2015 zijn grote wijzigingen in de lijst doorgevoerd, onder andere door beleidswijzigingen zoals vergroening van de landbouw (GLB) en sectorafspraken over standaardisering van gewassen. Veel oorspronkelijke codes van voor 2015 zijn als gevolg van het nieuwe GLB en de sectorafspraken verder uitgesplitst, elke gewascode is wel uniek gebleven.
Algemene opmerkingen:
- De vertaling van BRP-gewassen naar WWL-gidsgewassen is voornamelijk gebaseerd op de agrohydrologische eigenschappen van dat gewas, dat wil zeggen in hoeverre het BRP-gewas overeenkomt met het WWL-gidsgewas qua gewasverdamping en beworteling. De gewasverdamping en beworteling(-sdiepte) beïnvloeden namelijk de vochtopname en zijn daarmee bepalend voor de opbrengstderving.
- WWL-gidsgewassen zomergerst en wintertarwe zijn gebruikt om de graansoorten te verdelen in zomer- en wintergranen. Zo krijgt ‘zomertarwe’ in de BRP het WWL-gidsgewas ‘zomergerst’ toegewezen en niet ‘wintertarwe’, omdat het teeltseizoen bepalend is voor de gewasgroei en hydrologische condities.
- Groenbemesters en bestrijdingsgewassen zijn niet opgenomen in de koppeltabel, omdat deze geen directe economische productiewaarde bevatten en vaak andere groeiseizoenen hebben dan de WWL-gidsgewassen. Uitzondering is ‘Aardappelen, bestrijdingsmaatregel AM’.
- Voor de bloemkwekerij-gewassen (incl. bloembollen en – knollen) zijn de gidsgewassen ‘lelie’ en ‘tulp’ aangegeven, maar vanwege de grote soortenvariëteit, verschillen in groeiperioden (soms ook binnen soorten) en teeltspecifieke omstandigheden geven deze gidsgewassen alleen een indicatie. De werkelijke groeiomstandigheden en daarmee hydrologische omstandigheden (gewasverdamping) kunnen daarom afwijken van die van de gidsgewassen.
- Voor gras (zoals grasland tijdelijk en blijvend) is het maai- of beweidingsregime niet zonder meer af te leiden uit de opgave voor de BRP. Dit regime is afhankelijke van de bedrijfssituatie en moet de gebruiker zelf aangeven.
- Peulvruchten (erwten, bonen, etc.) hebben het gidsgewas ‘sperziebonen’ toegewezen gekregen, hoewel er veel verschil is tussen groeiperioden en gewasverdamping tussen (en binnen) peulsoorten. Zo zijn er bijvoorbeeld langstro- en kortstro-gewassen, oftewel peulvruchten die aan gaas of op ranken geteeld worden of op de grond groeien.
- Bomen: er is geen verschil opgenomen tussen de boomteelt van loof- en naaldbomen (bijvoorbeeld laanbomen vs. buxus), omdat WWL geen gidsgewas voor naaldbomen heeft. De verdamping van naaldbomen verschilt wel van die loofbomen.
- Natuur is niet meegenomen in deze koppeltabel omdat deze geen economische waarde vertegenwoordigd.
- Als er geen WWL-gidsgewas beschikbaar is of als het onbekend is welk WWL-gidsgewas past bij het BRP-gewas, dan is dit met ‘-99’ aangegeven in de tabel.
- De koppeltabel is gebaseerd op de BRP-gewassen zoals die in 2017 bekend waren. In de toekomst kunnen er aan de BRP gewassen toegevoegd worden vanwege nieuwe teelten of een andere verdeling, deze zijn dan (nog) niet aangegeven in de koppeltabel. Vaak betreffen dit weinig voorkomende gewassen.
C.2 Landelijk Grondgebruik Nederland
Het Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland (LGN) is een landsdekkend bestand gebaseerd op een combinatie van geodata waarbij satellietgegevens een belangrijke informatie bron zijn. Het LGN-bestand geeft het landgebruik voor 39 klassen weer.
| LGN-code | LGN-omschrijving | WWL-code | WWL-omschrijving |
|---|---|---|---|
| 1 | Agrarisch gras | 1 | Gras (maaien) |
| 2 | Mais | 6 | Snijmais |
| 3 | Aardappelen | 9 | Consumptieaardappel |
| 4 | Bieten | 12 | Suikerbiet |
| 5 | Granen | 8 | Zomergerst |
| 6 | Overige gewassen | 13 | Zaaiui |
| 9 | Boomgaarden | 22 | Appelboom |
| 10 | Bloembollen | 20 | Tulp |
| 61 | Boomkwekerijen | 23 | Laanboom |
| 62 | Fruitkwekerijen | 22 | Appelboom |
De vertaling van LGN-landgebruik naar WWL-gidsgewas is voornamelijk gebaseerd op het areaal voorkomen. De categorie granen en bloembollen zijn daarom bijvoorbeeld vertaald naar respectievelijk wintertarwe en tulp.
C.3 Nederlands Hydrologisch Instrumentarium
Veel hydrologische modellen bevatten een eigen vorm landgebruik. Veelal zijn deze afgeleid van het LGN.
| NHI-code | NHI-omschrijving | WWL-code | WWL-omschrijving |
|---|---|---|---|
| 1 | Gras | 1 | Gras (maaien) |
| 2 | Mais | 6 | Snijmais |
| 3 | Aardappelen | 9 | Consumptieaardappel |
| 4 | Bieten | 12 | Suikerbiet |
| 5 | Granen | 8 | Zomergerst |
| 6 | Overige landbouwgewassen | 13 | Zaaiui |
| 7 | Boomteelt | 23 | Laanboom |
| 9 | Boomgaard | 22 | Appelboom |
| 10 | Bollen | 20 | Tulp |
| 21 | Fruitkwekerijen | 22 | Appelboom |